Op vijf Noorse uitzichtpunten zet Statens vegvesen zelf een toegankelijkheidslabel op de pagina. Stegastein, Sohlbergplassen en Eldhusøya heten rolstoeltoegankelijk, Utsikten en Ørnesvingen deels rolstoeltoegankelijk. Reisplatform Fjords.com schrijft over de uitzichtpunten op zijn eigen lijst dat je bijna helemaal tot aan het punt toe rijdt.

Je rijdt al de hele ochtend. Bocht, bocht, weer zo’n bocht, en dan ineens een bord met een P erop. Je zet hem stil en doet het portier open. Draait je om. En daar ligt het, het hele fjord, terwijl de motor nog natikt. Uitstappen en staan, meer is het niet. Dat is het hele plan voor vandaag, tussen het huisje van gisteravond en dat van vanavond.

Waarom staan die platforms daar eigenlijk?

Omdat iemand ze heeft neergezet. Noorwegen heeft 18 wegen aangewezen als toeristische route, en langs die wegen zijn rustplaatsen, uitkijkpunten en kunstinstallaties gebouwd. Dat schrijft Visit Norway, het Noorse toeristenbureau, op zijn Nederlandstalige site.

Die routes heten daar nasjonale turistveger. Zie het als een lijst officieel mooie wegen, met haltes erlangs die door architecten zijn ontworpen.

De aanleg en het beheer liggen bij Statens vegvesen, de Noorse rijkswaterstaat. Dat is prettig nieuws, want een wegbeheerder houdt van dit soort details. Van de twaalf bronnen die ik voor dit artikel opende dragen er zeven onder de GPS-regel een toegankelijkheidslabel: rolstoeltoegankelijk of deels rolstoeltoegankelijk. Dat zijn precies de zeven pagina’s van Statens vegvesen over een uitzichtpunt. Visit Norway noemt de route Aurlandsfjellet de Sneeuwweg, met Stegastein als uitzichtpunt.

Welke vijf plekken beginnen bij de auto?

Impressie van een gebogen houten uitkijkplatform boven dennenbomen, met drie mensen aan de reling die uitkijken over een fjord

Hieronder staan er vijf, geordend op het toegankelijkheidslabel van Statens vegvesen: eerst de drie die bij hem rolstoeltoegankelijk heten, dan de twee die deels rolstoeltoegankelijk heten. Waar de bron de bouw of het materiaal noemt, staat dat erbij, want dat scheelt meer dan de meters.

PlekWaarVanaf de autoOndergrond of bouwLabel van Statens vegvesen
StegasteinAurlandsfjellet, boven Aurlandde bron noemt geen metersgelamineerd hout met een glazen front, 30 meter uitstekend over de dennenrolstoeltoegankelijk
SohlbergplassenRondane, aan het Atnsjøende bron noemt geen parkeren en geen metersaangelegd platform dat in een boog om de dennen buigtrolstoeltoegankelijk
EldhusøyaAtlanterhavsvegeneen rondje; de bron noemt geen metersverhoogd looppad boven het terreinrolstoeltoegankelijk
UtsiktenGaularfjellet, boven de Vetlefjordvanaf de rustplaats bovenaan de klim; de bron noemt geen metersplatform op de bergrand, 700 meter boven zeedeels rolstoeltoegankelijk
ØrnesvingenGeiranger, bovenaan de Ørnevegenvanaf een klein parkeerterrein; de bron noemt geen metersplatform met een glazen kunstwerkdeels rolstoeltoegankelijk

Stegastein hangt op 650 meter boven het Aurlandsfjord en blijft het hele jaar open. De weg erheen is wel iets. Vanaf Aurland is het acht kilometer omhoog over een smalle weg met zeven haarspeldbochten, waar op veel plekken maar één auto tegelijk past.

Sohlbergplassen vind ik van de vijf de mooiste, en dat is een mening. Het platform omlijst het zicht op het Atnsjøen en de ronde toppen van Rondane bijna precies zoals Harald Sohlberg ze schilderde in Winternacht in Rondane. Dat schrijft Statens vegvesen er zelf bij. Je staat in de eigenlijke lijst van een schilderij.

Eldhusøya ligt aan de Atlantische Oceaan en is een rondje over een verhoogd pad, het hele jaar elke dag open. Statens vegvesen zelf noemt het een rondje dat iedereen aankan. De toiletten zijn er het hele jaar open en het café draait in de zomer dagelijks.

Utsikten op het Gaularfjellet ligt bovenaan de klim vanaf de Vetlefjord en balanceert op de rand, 700 meter boven de zee. De toiletten zijn daar open van mei tot eind oktober. Ørnesvingen hoort bij de elf haarspeldbochten van de Ørnevegen en heeft een eigen waterval, plus zicht op de Geirangerfjord en de Zeven Zusters. Wil je de fjorden liever vanaf het water zien zonder zelf te rijden, dan is een cruise door de Noorse fjorden een heel andere manier om naar dezelfde bergwanden te kijken.

En dan is er nog Askevågen, dat net buiten de vijf viel. Een platform aan het eind van een golfbreker, met glazen wanden tegen het opspattende water en rondom zicht op zee. Deels rolstoeltoegankelijk. Askevågen ligt aan dezelfde route als Eldhusøya, dus rijd je de Atlanterhavsvegen toch al, dan schat ik het omrijden op weinig. Een bron die dat narekent is er niet.

En waar loop je dan wél?

Impressie van vier wandelaars in regenjassen op een nat grindpad langs een hek, met een waterval die in een kloof stort

Bij twee beroemde plekken ligt het uitzicht aan het eind van een pad. Dat is geen bezwaar, als je het van tevoren weet.

Bij Vøringsfossen ligt ruim een kilometer aan beveiligde paden. Statens vegvesen schrijft dat er op het terrein ruime parkeerplaatsen zijn en zet op zijn kaart een parkeericoon bij Fossli en bij Fossatromma, en noemt apart dat het bovenste gebied bij Fossli en het lagere plateau bij Fossatromma verbonden zijn door een trappenbrug over de Bjoreio. Het water valt er 182 meter naar beneden de Måbødalen in, en bij veel debiet kan het er volgens de wegbeheerder erg luid zijn. Statens vegvesen geeft het terrein het label deels rolstoeltoegankelijk en meldt dat delen ervan in de winter dicht zijn. Met die kilometer pad ben je hier al gauw een uur kwijt, schat ik, en dat is precies het verschil met de vijf hierboven.

Viewpoint Snøhetta is het duidelijkste geval. Het paviljoen staat aan de rand van nationaal park Dovrefjell-Sunndalsfjella, en vanaf de parkeerplaats loopt er een grindpad van 1,5 kilometer omhoog naartoe. Dat pad bouwt volgens architectenbureau Snøhetta zelf de verwachting op terwijl je nadert. Onderweg staat een tentoonstelling op leisteenplaten over de geschiedenis van Dovrefjell, en het paviljoen is alleen in de zomermaanden open.

Nog iets waar je bij Ørnesvingen rekening mee houdt: het parkeerterrein is klein en smal en kan vol staan, en er rijdt veel verkeer vlak langs. Reisplatform Fjords.com waarschuwt er apart voor. Ga vroeg, of ga laat.

En dan het eerlijke deel. Een aangelegd platform is een aangelegd platform. Je staat er samen met iedereen die daar ook stopte, en op een mooie middag in juli is dat een hoop mensen met dezelfde camera. Welke van de vijf het rustigst is weet ik niet: geen van de bronnen telt bezoekers. Wat er wel staat zijn twee waarschuwingen over een parkeerplaats die vol kan staan, en die gelden voor twee van de vijf. Naast Ørnesvingen hierboven schrijft Fjords.com ook over Stegastein dat het parkeerterrein klein is en soms vol staat, en het raadt campers aan om in Flåm of Aurland te parkeren en de pendelbus te nemen.

Wanneer kun je er terecht?

Het seizoen bepaalt hier meer dan het weer. Stegastein blijft het hele jaar open en de weg ernaartoe vanaf Aurland ook, al gaat diezelfde weg boven Stegastein in de winter dicht. Het rondje op Eldhusøya is elke dag van het jaar te lopen.

Bij Ørnesvingen ligt dat anders. Daar wordt in de winter geen parkeerplaats geruimd, dus dan kun je er niet staan. Wil je toch in het donkere seizoen naar Noorwegen, dan ligt de reden daarvoor ergens anders: het noorderlicht is een reden op zichzelf, maar reken er dan niet op dat je deze plekken meepakt: de weg boven Stegastein en de bergweg over het Gaularfjellet zijn volgens Statens vegvesen in de winter dicht, en de Trollstigen ging de laatste jaren begin oktober en begin december dicht en pas eind april of half juni weer open. En let op waar de Ørnevegen je brengt: die klimt vanaf Geiranger omhoog richting Eidsdal, en Ørnesvingen is een van de vijf haltes op de 104 kilometer lange route Geiranger-Trollstigen. Bergen staat niet op die route, dus dat is een aparte etappe .

Zet er twee op je route en laat de andere drie los. Dat is genoeg. Vijf uitzichtpunten op één reis betekent vijf keer uitstappen tussen de kilometers door, en dan is het eind van de dag verder weg dan je dacht . Twijfel je nog of je dit met de auto doet of anders , kijk dan eerst daar. En wil je na zo’n stop tóch even lopen, dan bestaat er een lijst met plekken waar het vlak begint .

Bronneninhoudelijk gecontroleerd op 14 september 2026

Geschreven door

Henk van Vrij&Vitaal

Zoekt uit wat werkt en schrijft op wat niet deugt. Test het liefst zelf, thuis aan de keukentafel, voordat er iets wordt aangeraden.