Sluit je ogen eens heel even. Voel je dat briesje? De zon schijnt op je gezicht en naast je hoor je het rustige kabbelen van de rivier. Het fietspad is vlak, de lucht is fris en je weet één ding zeker: vanavond staat er een groot stuk Sachertorte op je te wachten in een gezellig hotel.
Klinkt als een droom, toch?
Misschien twijfel je nog. “Is ruim 300 kilometer fietsen niet veel te ver?” of “Kan ik dat wel aan?”. Dat begrijpen we heel goed. Het klinkt als een hele onderneming. Maar we hebben goed nieuws: de route van Passau naar Wenen is de absolute klassieker onder de fietsvakanties. En niet omdat het zo zwaar is. Juist niet!
Dit is dé tocht voor wie wil genieten zonder af te zien. Je fietst bijna de hele tijd lekker naar beneden, met de stroom van de rivier mee. Geen steile hellingen, geen gedoe. Gewoon trappen en genieten.
In deze gids leggen we precies uit hoe je deze reis zorgeloos plant. Zodat jij straks alleen nog maar hoeft te genieten van het uitzicht.
Waarom Passau-Wenen de perfecte instap-fietsvakantie is

Als je nog nooit een fietsvakantie hebt gedaan, kan het best spannend zijn. Je wilt niet per ongeluk op een drukke autoweg belanden. En je zit al helemaal niet te wachten op een berg die je niet opkomt.
Daarom is de Donauradweg (zo heet het fietspad in het Duits) zo’n slimme keuze. Zeker als je comfort en zekerheid belangrijker vindt dan het aantal kilometers.
Dit maakt deze route zo bijzonder (en ontspannen):
1. Het is bijna helemaal autovrij
Niets zo vervelend als auto’s die langs je heen razen terwijl jij probeert te ontspannen. Op deze route heb je daar bijna geen last van. Het grootste deel ligt op een eigen pad, los van de rijbaan, en waar je wel even over een gewone weg gaat is dat meestal een rustige dorpsweg. Het wegdek is bijna overal geasfalteerd, dus je rolt zo door. Dat het geen zware route is, kun je bovendien nalezen bij de beheerder zelf: Donau Niederösterreich beoordeelt zes van de zeven etappes op de noordoever als ‘leicht’. Alleen de etappe door de Wachau staat op ‘mittel’.
2. Je fietst ‘bergafwaarts’
Oké, het is geen glijbaan. Maar omdat je de rivier volgt van Passau richting Wenen, fiets je stroomafwaarts. Het hoogteverschil werkt in jouw voordeel. Het daalt heel lichtjes. Dat merk je amper, behalve dat het trappen net even wat makkelijker gaat dan thuis. Heb je een e-bike? Dan is het helemaal een eitje.
3. Altijd een pauzeplek in de buurt
Je hoeft nooit bang te zijn dat je honger of dorst krijgt. De route is enorm populair en daar is de omgeving op ingericht. Om de paar kilometer vind je wel een:
- Gezellige Gasthof voor een lunch
- Bankje met uitzicht over de Donau
- Schone openbare toiletten
- Fietsvriendelijk hotel
4. Duidelijke bordjes
Zelf de weg zoeken op een kaart? Dat is hier bijna niet nodig. De bordjes zijn superduidelijk. Je kunt bijna niet verdwalen, want je volgt gewoon de rivier. Dat geeft rust in je hoofd.
Meer weten over comfortabel reizen? Dat lees je in ons artikel over actieve vakanties met comfort. Hier leggen we ook uit hoe je een ‘basiskamp’ kunt opzetten als je niet elke dag wilt verkassen.
Dat basiskamp is trouwens een serieus alternatief voor deze route, en niet iedereen weet dat. In plaats van zeven hotels achter elkaar huur je één huis in bijvoorbeeld de Wachau of bij Linz, en je fietst elke dag een lus vanaf die plek. Wie een keuken wil, of met vier personen gaat, of gewoon niet elke ochtend wil inpakken, zit daar beter. Bungalow.Net heeft een eigen pagina met vakantiehuizen in Oostenrijk waar je op regio kunt filteren.
Wat je inlevert bij die keuze is precies het idee van de tocht: je komt niet in Wenen aan. Je fietst heen en weer in plaats van door, je moet elke dag terug naar hetzelfde punt, en het gevoel van “ik heb de hele Donau gedaan” krijg je er niet bij. Wil je dat gevoel wel, blijf dan bij de etappetocht met bagagevervoer.
Kortom: het donau fietspad van Passau naar Wenen is geen race. Het is een beleving. Je hebt alle tijd. En omdat het zo vlak en veilig is, houd je energie over om echt om je heen te kijken.
De etappes: Hoe deel je ruim 310 kilometer slim in?

Ruim 310 kilometer. Als je dat met de auto doet, ben je er in drie uurtjes. Maar op de fiets? Dat klinkt voor veel mensen als een wereldreis. Laat je vooral niet gek maken door dat getal.
Dat getal is trouwens geen schatting. Donau Niederösterreich publiceert de route als zeven etappes langs de noordoever, en die tellen op tot 312,65 kilometer: 40,92 + 55,94 + 60,58 + 44,61 + 34,42 + 41,36 + 34,82. De zuidoever wijkt per etappe een paar kilometer af, dus “ruim 310” is eerlijker dan een getal met twee decimalen.
Het geheim van deze route is namelijk simpel: je hakt hem in behapbare stukjes.
De meeste mensen doen er ongeveer een week over. Sommigen racen er in vier dagen doorheen (zonde, als je het ons vraagt!), maar wij zeggen altijd: neem de tijd. Als je kiest voor 7 of 8 dagen, fiets je gemiddeld zo’n 40 tot 50 kilometer per dag. Op een vlakke weg, met de wind vaak in de rug, ben je dan rond 3 uur ’s middags alweer bij je hotel of Gasthof. Tijd genoeg voor een terrasje dus.
Hier zijn de absolute pareltjes die je onderweg tegenkomt:
1. Het wonder van de Schlögener Schlinge
Vlak na Passau kom je bij iets unieks. De Donau weet hier even niet waar hij heen moet en maakt een bocht van 180 graden. Het water draait letterlijk om. Je gaat hier met een klein fietspontje naar de overkant, en dat is op zich al een leuk momentje rust. Het is er muisstil, groen en je zit midden in de natuur.
2. Linz: Tijd voor taart
Ongeveer op de helft kom je in Linz. Veel mensen focussen op Wenen, maar Linz is de perfecte tussenstop. Het is een moderne stad met een prachtig historisch centrum. En belangrijk voor de fietser: hier proef je de ‘Linzer Torte’. Dat is naar het schijnt het oudste taartrecept ter wereld. Prima brandstof voor de benen!
3. De romantische Wachau vallei
Dit is voor velen het mooiste stukje van de reis. De laatste paar dagen fiets je door de Wachau, een streek die op de werelderfgoedlijst staat. Stel je voor: steile heuvels vol wijngaarden, oude kasteelruïnes op de toppen en schattige dorpjes zoals Dürnstein (met die beroemde blauwe kerktoren).
In het voorjaar bloeien hier de abrikozenbomen (de Marillen) en in het najaar kun je… tja, wijn proeven natuurlijk. De Grüner Veltliner komt hier vandaan. Pas wel op dat je daarna nog een beetje recht fietst.
4. De grote finale: Wenen
Aankomen in Wenen op de fiets voelt als een overwinning. Maak je geen zorgen over het drukke stadsverkeer. De fietspaden langs het Donaukanaal leiden je bijna autovrij tot in het hart van de stad. Vlakbij de Stephansdom stap je af. Je hebt het gehaald.
Hoe ziet zo’n week eruit?
Dit is de officiële etappe-indeling van de noordoever, zoals de routebeheerder hem publiceert. Zeven dagen, en geen enkele dag boven de 61 kilometer.
| Etappe | Van naar | Afstand | Waar je voor afstapt |
|---|---|---|---|
| 1 | Passau naar Schlögen | 40,92 km | De Schlögener Schlinge |
| 2 | Schlögen naar Linz | 55,94 km | Linz, en een punt Linzer Torte |
| 3 | Linz naar Grein | 60,58 km | Het Strudengau. Dit is de langste dag |
| 4 | Grein naar Emmersdorf | 44,61 km | Stift Melk, net aan de overkant |
| 5 | Emmersdorf naar Krems | 34,42 km | De Wachau en Dürnstein. De enige etappe op ‘mittel’ |
| 6 | Krems naar Tulln | 41,36 km | Tulln, de bloemenstad aan de Donau |
| 7 | Tulln naar Wenen (Nordbrücke) | 34,82 km | De intocht langs het Donaukanaal |
Wil je het in vijf dagen doen, dan plak je etappe 1 en 2 aan elkaar en etappe 6 en 7. Dat zijn dan twee dagen van bijna honderd kilometer en vijf van rond de vijftig. Het kan, maar dan fiets je in Melk waarschijnlijk voorbij het klooster omdat je nog kilometers moet maken. En dat is zonde: het is goud en barok wat de klok slaat.
Je bepaalt het helemaal zelf. En is het een dagje slecht weer of zijn de benen moe? Dan pak je op veel plekken gewoon even de boot of de trein naar het volgende dorp. Zo flexibel is deze route.
De veerponten: van oever wisselen hoort erbij
De Donauradweg loopt aan beide kanten van de rivier, en de mooiste route springt heen en weer. Dat kan omdat er kleine veerponten varen die fietsen gewoon meenemen. Donau Niederösterreich houdt er een overzicht van bij, met de meeste in de Wachau: Spitz naar Arnsdorf, Weißenkirchen naar Sankt Lorenz, Dürnstein naar Rossatz.
Twee dingen om te weten voordat je erop rekent. Ze varen niet het hele jaar, en ze varen niet de hele dag, dus kijk de tijden na op de dag zelf in plaats van vooraf. En bij hoogwater kan een pont stilliggen terwijl het fietspad gewoon open is. Plan je dag dus zo dat je ook zonder de pont bij je hotel komt, desnoods via de brug een stuk verderop.
Comfort onderweg: Bagage, E-bikes en Overnachten

Nu je weet hoe de route loopt en wat je onderweg allemaal ziet, spookt er misschien nog één ding door je hoofd: “Hoe doe ik dat met mijn koffer? Ik ga toch niet met 20 kilo bagage op mijn drager fietsen?”
Geen paniek. Dat is nergens voor nodig.
Het geheim van een écht ontspannen fietsvakantie langs de Donau zit hem in drie dingen: goed slapen, een goede fiets en… het wonder dat bagagevervoer heet.
Het wonder van bagagevervoer
Dit is misschien wel de beste uitvinding ooit voor vakantiefietsers. Het werkt heel simpel:
- ’s Ochtends laat je je koffer achter bij de receptie van hotel A.
- Je stapt op de fiets met alleen een kleine dagrugzak (water, zonnebrand, camera).
- Je fietst heerlijk licht naar je volgende bestemming.
- Je komt aan bij hotel B en… tada! Je koffer staat al op je te wachten.
Je voelt je zo vrij als een vogel. Geen gezwabber met zware fietstassen en geen gedoe met inpakken om alles passend te krijgen. Veel reisorganisaties bieden dit standaard aan, en geloof ons: het is elke cent waard.
Dezelfde formule draait trouwens ook in Frankrijk. Wil je liever kastelen dan kloosters, kijk dan eens naar fietsen door de Loire langs de kastelen: net zo vlak, net zo goed geregeld, en met wijn in plaats van Sachertorte.
Welke fiets kies je: E-bike of stadsfiets?
De route is vlak, dus een gewone stevige fiets met 7 of 21 versnellingen is prima te doen. Maar we zien steeds meer mensen kiezen voor een e-bike. En eerlijk? Wij snappen wel waarom.
Ook al ga je bergafwaarts, je kunt in het rivierdal altijd een dagje tegenwind hebben. Met een e-bike lach je die wind gewoon uit. Bovendien heb je dan net wat meer energie over om ’s avonds nog even door een stadje te slenteren of dat ene kasteel op de heuvel te bezoeken.
Heb je zelf geen elektrische fiets, of vind je het een gedoe om die achterop de auto mee te nemen naar Oostenrijk? Geen probleem. In Passau kun je heel makkelijk topkwaliteit e-bikes huren. Die lever je in Wenen gewoon weer in. Wel zo makkelijk.
Vraag bij het huren twee dingen na voordat je boekt: of je de fiets in Wenen mag inleveren in plaats van in Passau, en wat dat kost. Die eenrichtingstoeslag staat zelden in de advertentie en is bij de ene verhuurder een paar tientjes en bij de andere het dubbele van de huur. En vraag naar de accucapaciteit in wattuur, niet naar het aantal kilometers dat ze beloven: dat getal geldt in de laagste ondersteuningsstand met wind mee.
Waar slaap je? (Van Gasthof tot Wellness)
Langs de Donau zijn ze gek op fietsers. Je ziet bijna overal het bordje “Bett+Bike” (Bed & Bike) hangen. Dat betekent dat jij én je fiets welkom zijn.
Je komt onderweg verschillende soorten slaapplekken tegen:
- De klassieke Gasthof: Vaak familiebedrijven waar ‘oma’ nog in de keuken staat. Het is er knus, niet te duur en je krijgt een stevig ontbijt waardoor je er weer uren tegenaan kunt.
- Fietsvriendelijke hotels: Deze zijn helemaal ingericht op jouw comfort. Ze hebben vaak een drooghok voor natte kleding (als het toch een keer regent) en gereedschap om even een zadel te verstellen.
- Luxe hotels: Wil je jezelf echt verwennen na een dag trappen? In de grotere plaatsen zoals Linz en Krems vind je prachtige hotels met sauna en wellness. Heerlijk voor de spieren!
En geen zorgen over je stalen ros: bijna alle accommodaties hebben een afsluitbare fietsgarage (“Fahrradgarage”). Je e-bike kunt je daar ’s nachts veilig opladen, zodat je de volgende dag weer met een volle accu vertrekt.
Heen en terug: het stuk dat de meeste mensen vergeten

Over de route zelf is alles te vinden. Over de heenreis en de terugreis veel minder, terwijl dat precies het stuk is waar een fietsvakantie in de war kan lopen. Je begint tenslotte in Passau en je eindigt 310 kilometer verderop in Wenen.
Met de trein terug naar Passau
De gebruikelijke oplossing: vanuit Wenen neem je de trein terug naar Passau, met de fiets mee. Dat kan, maar niet zomaar.
Op die verbinding rijdt de Railjet, en dat is verkeer over lange afstand. Bij de ÖBB geldt daarvoor dat je een fietskaartje nodig hebt plus een verplichte reservering voor de fietsplek. Die reservering kost 3 euro als je hem online boekt en 3,50 euro aan het loket, en zonder reservering neemt de ÖBB je fiets niet mee. In de stoptreinen en de REX mag je fiets wel gewoon mee zolang er plek is, met alleen een fietskaartje.
Twee dingen die daaruit volgen. Boek die fietsplek zodra je je reisdatum weet, want het aantal plekken per trein is klein. En huur je je fiets in Passau, dan is dit hele probleem weg zodra je hem in Wenen mag inleveren.
Met het vliegtuig, en dan één kant op
Vlieg je, dan is de slimme vorm vaak asymmetrisch: heen naar München of Salzburg en van daar met de trein naar Passau, terug vanaf Wenen. Je hoeft dan helemaal niet terug naar je vertrekpunt.
Bij Vliegtickets.nl staan de Oostenrijkse bestemmingen bij elkaar op één pagina, zodat je Wenen, Salzburg en Linz naast elkaar kunt zetten. Wat je daarbij inlevert: twee losse enkele reizen zijn bijna altijd duurder dan één retour, soms een flink stuk. Reken het allebei door voordat je kiest, want op sommige dagen is een retour naar Wenen plus een treinrit naar Passau goedkoper dan de nette oplossing.
Prijzen noemen we hier bewust niet: op deze routes scheelt een dinsdag zoveel van een vrijdag dat elk getal binnen een maand misleidend is.
De beste reistijd en voorbereiding

Oké, je bent er bijna uit. Maar wanneer kun je nu het beste gaan? En moet je maandenlang trainen voor zo’n tocht?
Wanneer is het ’t mooist?
Het officiële fietsseizoen loopt van april tot eind oktober. Maar als je het ons vraagt, zijn er twee absolute toppers:
- Mei en juni: Alles staat in bloei. De natuur is frisgroen en de temperatuur is vaak perfect (niet te heet).
- September: De nazomer is in dit gebied vaak heel stabiel. Het grote voordeel: de drukte van de zomervakantie is voorbij en in de Wachau worden de druiven geoogst. Dat betekent wijnfeesten!
Juli en augustus zijn natuurlijk ook prima, maar dan kan het behoorlijk warm zijn. En drukker op het fietspad.
Moet ik trainen?
We zeiden het al: het is geen Tour de France. Als je thuis wel eens een rondje van 20 kilometer fietst, kun je dit ook. Het grootste verschil is dat je nu meerdere dagen achter elkaar fietst.
Heb je al een tijdje niet gefietst? Probeer dan in de weken voor vertrek een paar keer een tochtje van een uur te maken. Gewoon om je billen weer even aan het zadel te laten wennen. Een goede fietsbroek (met zeem) is trouwens geen overbodige luxe, ook al ziet het er misschien niet zo charmant uit als je normale kleding. Je zult ons dankbaar zijn na dag twee!
Onderweg kom je trouwens genoeg winkels tegen, maar een basis-reparatiesetje voor een lekke band is handig om mee te nemen. Al is de kans groter dat je gewoon even een lokaal fietsenmakertje belt als er iets is. Het blijft tenslotte vakantie.
In dit artikel staan affiliate-links. Koop je daar iets, dan ontvangen wij een kleine commissie. Voor jou verandert er verder niets aan de prijs. Wat we aanraden bepalen we zelf, los van die vergoeding. Lees onze affiliate-verantwoording.




